Plataan hoeve Kalken (c) Onroerend Erfgoed Van der Linden Geert

LEVEN IN ERFGOED. Vroegere maalderij

Laarne

Wanneer een plek geschiedenis ademt

Aan de rand van de Kalkense Meersen verbindt de Kalkenvaart het centrum van Kalken met de Schelde. De dorpskern getuigt van een bruisende economische activiteit in het verleden. Tot 1958 was Kalken namelijk via de vaart bereikbaar voor schepen, die konden keren in een uitgegraven zwaaikom aan het Vaartplein. Tot de Eerste Wereldoorlog vormde het haventje in Kalken een klein handelscentrum in de streek. De welvaart die dat met zich meebracht, zien we nog steeds aan de verschillende 18de-eeuwse herenhuizen in de buurt. Ook in en rond de woning waar we vandaag langsgaan, heerste in die tijd heel wat bedrijvigheid. In de Vaartstraat, een van de oudste straten rond de kerk, vinden we de eigendom van Luc Janssens waar vroeger een maalderij was gevestigd met drie molens.

Relicten uit het verleden

Hoewel het jammer genoeg niet meer mogelijk is om het zelf aan zijn voorouders te vragen, heeft Luc een uitzonderlijk goede kijk op hoe het leven vroeger was in en rond de maalderij waar hij nu woont. Met mappen en dozen vol plannen, brieven, foto’s, huwelijkstoespraken, postkaarten en vele andere getuigen uit het verleden kan hij behoorlijk wat puzzelstukjes in elkaar doen passen.

Op een gecalqueerde tekening van het kadastraal plan uit 1923 bekijken we de toenmalige situatie. Het molenaarshuis uit 1867 en dus de huidige woning van Luc en zijn vrouw (1), staat evenwijdig met de straatkant. Aan de voorkant van het erf staat een rosmolen (2), met daarachter een schuur (3) dwars op de straat en daarachter het maalderijgebouw (4). De schuur is door middel van cijferankers gedateerd in 1851. Op de andere hoek aan de straatkant en tegen de gracht die nu een wandelweg is, zien we op het plan een vrij grote kapel die inmiddels zo goed als volledig is verdwenen. Tenslotte zien we op een perceel achterin (5) een korenwindmolen en een dubbele woonst voor de molenaarsknecht. Deze staakmolen is al te zien op de Ferrariskaarten en moet er in de jaren 1770 dus al geweest zijn. In het jaar 1930 werd de molen afgebroken.

Vaartstraat Kalken Kadastraal plan 1923
Situatie kadaster in 1923, met aanduiding van de gebouwen (klik voor groter formaat).

Drie keer malen

Tot de jaren dertig van de vorige eeuw was het vooral de windmolen die van ver de aandacht trok. Intussen is de molen helaas afgebroken. Maar doorheen de eeuwen draaide de maalderij niet met deze staakmolen alleen. Er waren in totaal drie manieren om graan te malen op dit erf.

Aan de straatkant vinden we nu nog de restanten van een achthoekige rosmolen, die al in het primitief kadaster van 1834 werd geregistreerd. Zoals de naam doet vermoeden, werd een rosmolen aangedreven door een paard (ros) of ezel. Het dier liep rond de molen heen en was verbonden met een verticale as die de maalstenen deed draaien. Zo verzekerde de maalderij zich ervan ook te kunnen functioneren op dagen met geen of weinig wind.

Ten derde werd in 1876 een maalderijgebouw opgetrokken naast de schuur waarin een modernere, mechanische maalmachine werd geïnstalleerd. In een eerste ruimte stond aanvankelijk een grote stoomketel op kolen. Vanuit deze stookruimte, waar de resten van een grote schouw nog zichtbaar zijn, werd de stoom via pijpen naar een tweede ruimte geleid om de stoommotor aan te drijven. Boven de motor hing een as. Aan de hand van die as werden de maalstenen in een derde lokaal rondgedraaid. Luc buigt zich opnieuw over zijn archieven en kan oude tekeningen en een registratiedocument uit 1898 van de stoominstallatie en de hoge schoorsteen te voorschijn toveren.

Oude tekeningen en registratiedocument uit 1898 van de stoommotor in de maalderij en van de hoge schoorsteen waarvan nu enkel de onderste laag stenen rest.
Tekeningen en registratiedocument uit 1898 van de stoomketel en van de 16 meter hoge schoorsteen waarvan nu enkel de onderste laag stenen rest.

“Na verloop van tijd werd de stoommotor vervangen door een petroleummotor. Nog later liet mijn grootmoeder een elektrische motor installeren. In haar boekhouding, die ze nauwgezet bijhield in een groot schrift, kunnen we nalezen wanneer en voor welke som ze de oude petroleummotor verkocht en een nieuwe elektrische liet plaatsen.”

“Nadat alles eeuwenlang enkel in functie van de maalderij had gestaan, werd in 1945 de helft van de woning met de schuur verpacht aan een boer, dit na het overlijden van mijn overgrootvader Irénée Dauwe. Mijn grootmoeder die in Berlare woonde samen met haar drie zonen, verloor kort na elkaar een dochter en haar man. Haar zus, die nog op het hof verbleef, kwam bij haar inwonen eens de drie zonen uit het huis waren. De zussen bleven de helft van de woning gebruiken als buitenverblijf van de familie totdat mijn vrouw en ik alles overnamen en met de restauratie startten.”

Bijzondere vondst

In de vroegere voutekamer, de ‘beste kamer’ met een hogere vloer die daardoor warmer was dan andere kamers, had ooit het hemelbed van de overgrootvader van Luc gestaan. Ten tijde van de verbouwingen hing aan het plafond nog een stuk van de koepel waaraan de sierlijke draperieën van het hemelbed waren bevestigd. In de koepel vond Luc een poster van de petroleummotor die zijn overgrootvader ooit had aangekocht voor de maalderij. Alweer een bijzondere vondst die hij kon toevoegen aan de uitgebreide archieven van zijn familie!

Grondige verbouwingen
Oud dak
Dakgebinte
Dak vernieuwen met de ganse familie 2
Dak oude structuur Dak nieuwe structuur

Beweeg de pijltjes naar links en rechts.

Grondige restauratie met authentieke elementen

“Voordat we hier konden komen wonen, moesten we het molenaarshuis uit 1867 zeer grondig aanpakken. De oude dakpannen werden met de hulp van de ganse familie voorzichtig afgenomen en het dak werd vernieuwd. De woning was afgeleefd, onder meer omdat mijn vader van plan was het huis af te breken en de gronden te verkavelen. Net op tijd kon ik hem en zijn twee broers overtuigen hun plannen aan te passen.

We wilden zoveel mogelijk materialen en vooral ook de sfeer van vroeger behouden. Een stuk steunbalk kon dienen voor de opbouw van de schouw, de daklijst vooraan werd terug bepleisterd en de houten kroonlijst met sierelementen werd vernieuwd zoals voorheen. De bevestiging voor de vensterluiken werd bewaard en een aantal jaar geleden liet ik nieuwe luiken maken zoals de oude er hebben uitgezien. Maar helaas heeft het vernieuwde pleisterwerk rond de ramen ervoor gezorgd dat de luiken nu niet meer passen. Het is een van de vele voorbeelden van de moeilijkheden die we soms ondervinden om de originele elementen terug te herstellen naar het oorspronkelijke uitzicht. Dat is allesbehalve evident.”

De voordeur kon wel terug prachtig hersteld worden en de inkomhal met zwart en witmarmeren vloer, tochtdeur met geëtst glas en de oorspronkelijke deurbel zijn magnifiek. Overal vinden we elementen terug die Luc zorgvuldig heeft bewaard en soms een nieuwe plaats heeft gegeven. Verschillende stukken maalsteen dienen als stapstenen in de tuin. En een oude natuurstenen pompsteen uit het huis kreeg een nieuwe plaats in de serre, waar hij zeer goed tot zijn recht komt. “Ook uit de woning in Berlare en zelfs uit de oude fabriek van de familie Janssens kon ik authentieke stukken bewaren die ik hier met alle plezier een plaats geef, zoals de dorpels die nu toegang bieden tot de vernieuwde serre.”

Eeuwenoude tuin

Wat voorbijgangers misschien nog het meest opmerken vanop straat, is de enorme plataan voor de woning. Regelmatig stoppen wandelaars om de kolos te bewonderen. De stokoude boom heeft een omtrek van maar liefst vijfenhalve meter en zou er al staan sinds 1884. “Het onderhoud van zo’n mastodont valt niet te onderschatten. Tot nu toe liet ik de snoeiwerken om de tien jaar uitvoeren maar door de hevige stormen van de laatste jaren lijkt het me zelfs beter om iedere acht jaar dat onderhoud te plannen, ook naar verzekeringen toe. Ik moet zeggen dat ik er steeds meer tegenop zie om de werken te laten uitvoeren en vraag me af of ik me de kosten en moeite niet beter bespaar door de boom te kappen. De afvallende bladeren en snoeiwerken leiden te vaak tot moeilijkheden. Zo was er tijdens het voorlaatste onderhoud in 2012 zelfs een aanrijding van een lijnbus tegen een hoogtewerker. Bij de laatste snoeibeurt in 2020 kreeg ik op de koop toe een boete voor overlast. Vroeger kwam iemand de bladeren oprapen om groenten mee in te kuilen maar ook dat is verleden tijd.”

Een ander landschappelijk element in de tuin vol geschiedenis, is de op stam gezette gele kornoelje vlak voor het huis. Dankzij de vele archieven heeft Luc bovendien een bijzonder goed zicht op hoe de indeling er ooit heeft uitgezien. Waar nu nog twee oude hoogstam fruitbomen overblijven, moeten ooit twee lange bomenrijen gestaan hebben van een boomgaard met twintig bomen en een lusthof. Rechtsachter in de tuin was een prieel ingericht met twee rijen lindebomen die in een boog tegen elkaar groeiden zodat je eronderdoor kon lopen. Niet alle geheimen geven zich echter prijs in de archieven. Er zou ook sprake zijn van een steenoven in de meersen, maar daar weet Luc verder nog niets over.

Plataan hoeve Kalken (c) Onroerend Erfgoed Van der Linden Geert
Foto: Onroerend Erfgoed - Van der Linden, Geert.
Plataan winter
Winters plaatje van de plataan.
Gele kornoelje Onroerend Erfgoed - Van der Linden, Geert
Op stam gezette gele kornoelje. Foto: Onroerend erfgoed - Van der Linden, Geert.
Hoogstam fruitbomen
Twee hoogstam fruitbomen maakten deel uit van een boomgaard.

De tand des tijds

Mochten de bomen kunnen spreken, dan zouden ze kunnen vertellen hoeveel er is veranderd in en rond de maalderij. Ze waren getuige van de welvaart aan de haven en zagen hoe de handel terug uitdoofde aan de Kalkenvaart. Ze waren erbij toen een V1-bom op 24 december 1944 insloeg in de Mennestraat, niet ver van het kruispunt met de Vaartstraat. Twee jongetjes kwamen hierbij om het leven en heel wat woningen liepen ernstige schade op. Ook een stuk van het dak van het molenaarshuis werd weggeblazen en moest worden hersteld. Toen Luc en zijn zoon, 70 jaar na het drama, een stuk van de V1-bom terugvonden tijdens de grote rioleringswerken in de straat en de meersen, werden ze overschouwd door de grote kruin van de plataan.

Op de maalderij maakten de bomen de levende bedrijvigheid bij de drie molens van dichtbij mee. Ze konden schaduw bieden op warme zomerdagen tijdens de restauratie van het molenaarshuis door de familie Janssens. En ze keken toe hoe de rosmolen, de grote schuur en het maalderijgebouw de laatste jaren langzaam aftakelden. Luc hoopt de vervallen schuur een nieuwe bestemming te kunnen geven. Maar dat betekent een grote investering die moet gedragen worden binnen de familie. Hopelijk is de plataan er nog bij om te zien wat er binnen een aantal jaren van de schuur en het erf geworden is.

Fort Rozenbroek rustpunt in de natuur

LEVEN IN ERFGOED. Batterij 3

Fort Rozenbroek - Knusse thuis met schietgaten

Een knusse thuis met schietgaten

We kennen allemaal het gevoel. Je loopt tijdens een bezoek aan een historische woning door de verschillende vertrekken. Je gedachten dwalen af en je begint wat te dromen van het leven hier. In zo’n prachtig pand wil ik ook wel wonen, weerklinkt het door je hoofd. Dit was ook het geval bij Véronique en Dries toen ze in 2008 een historische site bezochten die te koop stond… Maar wat zo straf is aan hun verhaal: het ging niet om een eeuwenoude hoeve of een statige herenwoning. Zij lieten hun oog vallen op een versterkt fort. Al twaalf jaar herstellen ze dit architecturaal en landschappelijk monument in ere. Ze maakten er een knusse thuis van en geven tegelijk een stukje erfgoed terug aan Dendermondenaars. Welkom in Fort Rozenbroek.

Toen ze uitkeken naar een project voor een ‘speciale woning’, stootten Véronique De Moor en Dries Romanus op Batterij 3 in Dendermonde. Aan de overkant van de brug, met zicht op het fort, staat een sergeantenwoning die zich aanbood als unieke locatie om in te trekken met het gezin. De familie Romanus nam contact op met een erfgoedconsulent en stoomde zich klaar om in actie te schieten. Tijdens het bedenken van de eerste, summiere plannen rees snel de vraag: welke invulling zullen we geven aan het fort zelf? En plots stond hun besluit vast: niet de sergeantenwoning maar Fort Rozenbroek zou hun nieuwe thuis worden.

Tijdens de eerste werken namen ze hun intrek in een bungalow die bovenop de kazemat was gebouwd, in Dendermonde beter gekend als de Rozenbroekchalet. Pas na vijf jaar zouden ze verhuizen naar hun uiteindelijke thuis. Stap voor stap namen Véronique en Dries alle niet-originele elementen weg opdat de site volledig in zijn oorspronkelijke glorie zou worden hersteld. Ze hielden de ingrijpende verbouwingen volledig in eigen handen en planden meestal slechts één stap vooruit.

“De keuze om geen architect onder de arm te nemen was heel bewust. Aannemers en architecten willen namelijk steeds zelf hun handtekening zetten op een project. Bij zo’n gebouw zou dat echter zonde zijn. Hier moet het eigen karakter volledig primeren. Natuurlijk heb je wel vakmensen nodig voor zaken zoals schrijnwerk en sanitair. Maar tijdens het hele proces hielden we het liefst zoveel mogelijk zelf de touwtjes in handen. Zo hielden we ook het financiële plaatje onder controle, want alles uitbesteden zou betekenen dat het project onbetaalbaar werd. Dat zou zeker ook onze raad zijn mocht iemand die ooit vragen: doe zoveel mogelijk zelf. Houd er dus ook rekening mee dat je best zelf over de nodige kennis van bouwtechnieken beschikt.”

Sergeantenwoning Fort Rozenbroek (c) Beeldbank Onroerend erfgoed - Vandevorst Kris
Sergeantenwoning. Foto: Onroerend erfgoed - Vandevorst, Kris
Fort Rozenbroek met chalet dancing - Onroerend Erfgoed Duchêne Helena
Vroegere chalet bovenop het fort. Foto: Beeldbank Onroerend Erfgoed - Duchêne, Helena.
Situering van Fort Rozenbroek.
Situering en indeling van Fort Rozenbroek (klik voor groter formaat).

Militair erfgoed

In de 19de eeuw bouwde Dendermonde drie batterijen op ongeveer twee kilometer rond de stadsomwalling om zich te beschermen tegen aanvallen van buitenaf.

Een batterij is een versterkte schans van waarop meerdere vuurmonden naar eenzelfde doel konden vuren. Fort Rozenbroek of Batterij 3 bleef goed bewaard, net als Batterij 2 in de Winningstraat. Batterij 1 ging verloren door de aanleg van een industrieterrein.

Het fort is omgeven door een halvemaanvormige gracht met centrale brug naar het hoofdgebouw. De bakstenen kazemat is bedekt door een dikke laag aarde en wordt zo aan het zicht onttrokken. Hierdoor gaat het fort volledig op in het omliggende landschap.

Herinneringen en anekdotes

Velen kennen misschien het best het beeld van het fort met de Rozenbroekchalet erbovenop. Batterij 3 heeft namelijk niet alleen een verleden als militair gebouw, bij velen roept het ook herinneringen op aan zomerse dagen waarop buurtbewoners verfrissing zochten in het water van de slotgracht. Bovendien heeft de ‘chalet’ een tijd dienst gedaan als dancing. In die periode zullen hier ongetwijfeld heel wat biertjes soldaat zijn gemaakt. 

“In de toegangspoort zit een deurtje langs waar mensen toegang hebben tot een deeltje van het domein met zicht op het fort en het water. Af en toe vertellen bezoekers een anekdote en heel wat Dendermondenaars hebben goede herinneringen aan het fort. Dat is altijd fijn om horen. Je merkt dat onze thuis een rol heeft gespeeld in de levens van vele anderen en we willen het fort dan ook blijven delen.”

Van fort naar woning

Ook binnen valt in geen geval te ontkennen dat we ons wel degelijk in een historisch fort bevinden. De gewelfde kamers en lange gangen scheppen een bijzondere sfeer. Er heerst een zekere eenheid en rust vanwege de doorlopende band in zwart vernis en de witte gebogen plafonds in alle leefruimtes.

Ondanks de massieve muren en het dikke pak aarde boven onze hoofden voelt de woning helemaal niet besloten aan. Het is er best knus en de grote ramen trekken voldoende licht binnen. Ook de langwerpige schietgaten komen erg goed tot hun recht in het interieur en dienen als kleine, extra ruitjes waar plantjes en decoratie een plaats krijgen op de vensterbank. Zo’n extreem geïsoleerde ruimte heeft trouwens als voordeel dat je erg efficiënt kan verwarmen. Een enkele kachel is voldoende voor de grote keuken en leefruimte samen. 

“Waar mogelijk wilden we zoveel mogelijk originele elementen behouden of terug herstellen. Dat wordt ons natuurlijk ook opgelegd omdat dit een beschermd gebouw is sinds 2003. Die bescherming brengt een onderhouds- en instandhoudingsplicht met zich mee, wat wil zeggen dat we zorg moeten dragen voor het erfgoed als een goede huisvader. Toch kon helaas niet alles behouden blijven. Zo waren enkel de vloeren in de slaapkamers nog in voldoende goede staat. Ook het schrijnwerk van de ramen was volledig vergaan. Alle ramen werden vervangen, volledig naar het model van het originele schrijnwerk.”

“Doorheen de tijd was het fort vrij sterk van uitzicht veranderd. Voor ons was het heel snel duidelijk dat de houten woning bovenop het fort weg moest aangezien die hier eigenlijk niet thuis hoorde. In de gangen waren extra muren gemetst en het voorste en achterste deel van het fort waren met elkaar verbonden door een betonnen gang. Al deze elementen haalden we stap voor stap weg om de oorspronkelijke indeling terug in ere te herstellen.”

Stap voor stap

“Je zou denken dat we zo’n groot project tot in de puntjes moesten voorbereiden, maar niets is minder waar. Dikwijls werd pas tijdens de werken duidelijk hoe we verder moesten gaan. Bij het uitbreken van die betonnen gang wisten we bijvoorbeeld niet precies wat tevoorschijn zou komen. Daarom heeft het weinig zin om vooraf alles vast te leggen in een totaalplan. Want dat verandert vrijwel zeker nog ettelijke keren tijdens de voortgang van de werken. Zolang je op voorhand bepaalt welke functie elk lokaal zal krijgen en de leidingen klaarlegt, is dat voldoende. Zo geef je jezelf meer tijd om gaandeweg uit te dokteren hoe je verder tewerk zal gaan. Uiteindelijk wijst het een het andere wel uit.”

Ondersteuning en inspiratie

“Terwijl we alles in eigen beheer hebben uitgevoerd, konden we gelukkig ook rekenen op het advies van onze erfgoedconsulent van agentschap Onroerend Erfgoed. We namen contact op wanneer we vragen hadden over wat mocht en wat niet. Dat contact is goed verlopen.”

“We hebben ook ontzettend veel bijgeleerd bij bezoeken aan andere forten. Voornamelijk in Nederland konden we heel wat inspiratie opdoen bij sites die met veel respect waren gerestaureerd. Vergelijkbare projecten met eigen ogen zien bleek een grotere hulp dan opzoekingen doen, aangezien dat laatste vaak niet zoveel resultaat opleverde. Door te gluren bij de buren, konden we onszelf beredderen.”

Onderstaand filmpje dateert van het begin van de werken en toont hoe een bijgebouwde betonnen gang tussen de twee delen van het fort terug verwijderd wordt en een oude poort tevoorschijn komt:

Fort Rozenbroek rustpunt in de natuur
Foto: Facebookpagina Fort Rozenbroek

Rustpunt in de natuur

Ook de natuur rond het fort keert in alle glorie terug dankzij het duwtje in de rug dat Dries en Véronique bieden. De toegeslibde gracht werd terug open gelegd en ontelbaar veel vrachtwagens met aarde reden aan om het reliëf in het terrein terug op te roepen zoals weleer.

“Het domein was volledig omheind met een betonnen afsluiting. Die hebben we vervangen door een meidoornhaag via Regionaal Landschap Schelde-Durme. Zo’n groene afsluiting past veel beter binnen de sfeer van het fort dat opgaat in het landschap en is ook erg populair bij de vogeltjes die er beschutting vinden. Het onderhoud van het terrein gebeurt op een ecologische manier. Schapen begrazen de steile stukken bovenop het fort onze ezel en pony, twee onafscheidelijke vrienden, onderhouden de buitenste delen van het domein.”

“Toen we het fort in handen kregen, was hier veel opgeschoten en verwilderd groen. Bij de heraanleg vreesden we eerst dat we dat leven zouden verstoren, maar de natuur bleek zich bijzonder snel te herstellen. Sterker nog, het resultaat was veel beter dan ervoor. De haag in plaats van een betonnen muur en de herstelde gracht zorgden voor een grotere verscheidenheid aan vogelsoorten.” 

En er is ook goed nieuws voor fans van natuur en erfgoed. Dries en Véronique willen al dit moois niet voor zichzelf houden. Ze stellen een deel van het domein open voor publiek zodat wandelaars en fietsers mee kunnen genieten van het groen en het water. Via een deurtje in de prachtige ingangspoort kan je binnenpiepen. Er staat een picknickbankje aan het water en er ligt zelfs een geocache verborgen.

Herstel terrein
Herstel van het terrein en het reliëf.
Behandeling en restautatie van de originele vensterluiken
Behandeling en restauratie van de originele vensterluiken.
Nutsleidingen Fort Rozenbroek
Oude geul voor nutsleidingen werd opengelegd en gebruikt.
Uitsluitend staande lampen en opgebouwde elektriciteit.

Geslaagde herbestemming

Het project van Véronique en Dries is een mooi voorbeeld van een geslaagde herbestemming. Daarbij was de toelating om de functie van het gebouw te veranderen tot woonfunctie cruciaal. “We stellen vast dat de visie op de herbestemming van erfgoed in Vlaanderen sinds de start van ons project positief is geëvolueerd. We merken dat de erg strikte kijk op het behouden van de functie ten goede aan het veranderen is en dat men stilaan inziet dat die herbestemming het gebouw soms ten goede kan komen, mits alles met respect wordt aangepakt natuurlijk. Wij geloven echt dat zo’n herbestemming soms de beste oplossing is om een historisch gebouw te beschermen van verkommering en verval. Het kan een reddingsdeken zijn voor gebouwen waarvan het behouden van de originele functie nu eenmaal niet meer haalbaar is.”

“We hebben grote inspanningen gedaan om het fort in alle glorie te herstellen en hielden bij vernieuwingen steeds rekening met het oorspronkelijke uitzicht. Bovendien zijn de ingrepen die we deden om het fort bewoonbaar te maken, bewust zo gedaan dat ze omkeerbaar zijn. We verlichten bijvoorbeeld uitsluitend met staande lampen en alle elektriciteitsleidingen zijn opgebouwd tegen de muur zodat ze ook weer verwijderd kunnen worden.”

“Elk jaar dienen we een aanvraag in voor ondersteuning in het onderhoud. De premie voor restauratiewerken hebben we nooit aangevraagd. Met een forfaitaire vergoeding die afhangt van de grootte van de oppervlakte, kunnen we een aantal schapen houden die bovenop het fort grazen. Daarnaast kunnen we voor bepaalde werken ook een percentage van de investering terugkrijgen bij het voorleggen van verschillende offertes. Het is een hele opgave om alle regelingen bij te houden want die veranderen regelmatig, maar het is wel een grote hulp om telkens een duwtje in de rug te krijgen voor de volgende stap in het herstellen van het fort.”

Het fantastische resultaat is alvast geslaagd. Dries en Véronique toverden hun fort om tot een unieke thuis voor zichzelf en de natuur om hen heen.

Wie het fort graag eens met eigen ogen ziet…

Bij gelegenheid zwaaien de deuren van Fort Rozenbroek wel eens open. Dries en Véronique bekijken bovendien ook de mogelijkheid om vergaderingen te ontvangen of kleine evenementen die aansluiten bij het thema.

Tijdens Open Monumentendag dit jaar promootte onze IOED samen met Stad Dendermonde enkele activiteiten onder de noemer ‘De vestigingen herontdekt’. De stad Dendermonde stapt namelijk in een Europees project “Recapture the Fortress Cities” dat wordt getrokken door vier regionale landschappen. Dit project wil de (soms vergeten) vestingen rond steden inschakelen om toekomstige uitdagingen op het vlak van groen, klimaat en ruimte het hoofd te bieden.

Naar aanleiding van dit project zette Dendermonde tijdens Open Monumentendag op 13 september het militaire erfgoed in de kijker. Er waren gegidste rondleidingen en je kon ook zelf op stap met wandel- en fietskaarten. Wie de fietstocht graag nog eens overdoet, kan op weg met de folder. Op locatie nummer 9 tref je Fort Rozenbroek aan, neem zeker even de tijd om een blik te werpen voorbij de hoofdpoort!

Open Monumentendag Dendermonde - Fietsen langs vestingen
‘De vestingen en batterijen van Dendermonde' met fietskaart
Tussendorpel met bouwjaar 1815

LEVEN IN ERFGOED. Hoeve uit de 18de eeuw

Hoeve Driesstraat Zele

Het fruitwalhalla van de familie Raemdonck

Dit najaar gaan we op pad langs enkele historische pareltjes in ons werkingsgebied. We leggen ons oor te luister bij de bewoners die als geen ander de oude ziel kennen van hun huis, een thuis die ze delen met vele anderen vóór hen. Starten doen we in Zele. We gaan op bezoek bij Etienne Raemdonck en Maria Van Driessche in de Driesstraat. Op een tussendorpel aan de voordeur van de oude hoeve, die wat verscholen ligt en dus nauwelijks opvalt vanop straat, prijkt het bouwjaar 1815.

Wanneer we de hoeve te voet naderen via de weelderig groene oprit, valt het geluid van de drukke straat snel achter ons weg en maakt het plaats voor de zang van een eenzame vogel in de struiken. De rust daalt neer en we voelen meteen een perfect sfeertje opkomen om ons voor heel even terug in de tijd te laten katapulteren. Bij het binnenkomen nemen we plaats in de knusse woonkamer van de hoeve waar Etienne ons kort bijpraat over het gebouw en de grond eromheen.

“Mijn grootmoeder kende deze hoeve als een van de grootste boerderijen van de Driesstraat. Het huis van onze buren vormde toen nog een geheel met onze woning, hoewel je dat nu niet meer ziet vanwege een renovatie waarbij het oorspronkelijke uitzicht verloren ging. Er lag een grote wal voor het huis waar nu struiken en coniferen staan. Vlak voor ons was de hoeve in handen van Emiel Baeyen, een kleine zelfstandige die vanalles en nog wat verkocht vanop zijn kleine karretje. Onder meer ook zelfgekweekte groenten en fruit. Hij had een boomgaard voor de hoeve op de twee stukken grond die nu verkaveld zijn. Achteraan kweekte hij groenten. Wat een werk moet het niet zijn geweest om zo’n grote lap grond met de hand om te spitten! Gelukkig brachten groenten toen nog een flinke duit op.”

“Toen wij de hoeve kochten in 1969, kwam de grond perfect van pas voor mij als zelfstandige groenten- en fruitkweker. Ik was mijn vader zaliger namelijk opgevolgd nadat ik al op mijn veertiende bij hem was gestart als fruitplukker. Mijn winkelronde was vrij uitgebreid en ik verkocht ook op de markt. Maar het is een harde stiel en in die tijd maakten de sociale omstandigheden het moeilijk om te overleven als zelfstandige. Om wat meer zekerheid te hebben, nam ik in 1973 deel aan de examens van de provincie en kon ik aan de slag als tuinier in Provinciaal Domein Puyenbroeck in Wachtebeke. Mijn vrouw kon ook aan het werk in het zwembad en zo hebben we daar beiden jarenlang graag gewerkt.”

Gemetste waterput
De gemetste waterput voor de hoeve gaf ontzettend goed water.

Brouwerij Van Driessche

Volgens historisch kaartmateriaal zou de grotere hoevesite die hier was gevestigd minstens opklimmen tot het derde kwart van de 18de eeuw. In 1812 startte familie Van Driessche hier een brouwerij. De huidige woning uit 1815 werd opgetrokken door brouwer Pieter-Jan Van Driessche. In 1880 deed de brouwerij de boeken toe en het gebouw kreeg terug een boerderijfunctie.

“Dat hier ooit een brouwerij zou geweest zijn, heeft slechts weinig sporen nagelaten. Wel is er een gemetste waterput die misschien ooit voor dergelijke doeleinden werd gebruikt. Maar dat is slechts giswerk. In elk geval levert de put erg goed, zuiver water dat mij zeer goed van pas is gekomen,” lacht Etienne.

“Wat misschien wel een duidelijker spoor kan zijn dat hier bier werd gebotteld, is de overdaad aan glasscherven die ik in de grond voor het huis vond toen ik een sleuf moest graven om een waterfilter te laten installeren. Bovendien heb ik op de zolder van de oude schuur een antiek uithangbord gevonden van een herberg ‘In het Vosken’. Maar uiteindelijk kan dat bord evengoed opgehangen hebben in de Driesstraat als in de Stokstraat, wat volgens sommige bronnen ook een optie is.”

Het leven in de hoeve

Toen ze hier kwamen wonen, kon het gezin Raemdonck niet rekenen op erg veel comfort in de hoeve. Er was geen stromend water, geen gasaansluiting of telefonie. Doorheen de jaren hebben ze stap voor stap de woning aangepast aan de hedendaagse normen. Alles van in het begin grondig aanpakken, zou een te grote investering zijn geweest meteen na de aankoop. De eerste jaren sliepen de kinderen beneden in de berging voordat Etienne en zijn schoonbroer de zolder inrichtten. Toen ze aan hun studies begonnen, moesten de kinderen zich boven verwarmen met een elektrisch vuurtje want centrale verwarming was er niet boven. “We herinneren ons nog goed dat naast de keuken een grote pompsteen stond waar we ons die eerste jaren aan wasten. Via een gat in de buitenmuur liep het water naar buiten.” “Ik zie nog zo voor me dat we ook de lange haren van onze dochter hier moesten wassen,” vult Maria aan.

De veranderingen die ze aan de historische hoeve hebben uitgevoerd, waren vooral aan de binnenkant van de woning. Achteraan op de benedenverdieping werden twee aparte plaatsen samengevoegd en de zoldertrap werd weggenomen aangezien er nog een tweede trap was. “Het eerste stuk van de schuur hebben we vier jaar geleden opnieuw opgebouwd nadat het was ingestort. Het dakgebinte raakte eind de jaren ’70 al beschadigd tijdens een storm en de stal begon over te hellen. Voor dergelijke verbouwingen moesten we natuurlijk een vergunning aanvragen en zorgen dat het heropgebouwde gedeelte zoveel mogelijk benaderde hoe het er ooit had uitgezien.”

De witgeschilderde voorgevel heeft grote, rechthoekige ramen met tralies, ook wel ‘dievenijzers’ genoemd. “De voorgevel was oorspronkelijk erg mooi gemetst met kleine kalksteentjes en er hingen vensterluiken. Omdat dat destijds in de mode was, hebben we beslist om de gevel te laten schilderen met weerbestendige latexverf. Daar kregen we achteraf spijt van. Maar toen we een aantal jaren later iemand lieten langskomen om de verf terug te verwijderen, bleek dat geen goed idee te zijn. De stenen zouden poreus worden dus dan riskeerden we vochtproblemen. Nu moeten we om de twee à drie jaar de gevel een nieuw likje verf geven. Het dakraam boven de deur is wel nog zoals het was, mits enkele herstellingen omdat het binnen regende toen we hier kwamen wonen. Dat puntvormig dakvenster met klein fronton was voorheen een laadluik. Ook de oorspronkelijke voordeur in massieve eik moest vervangen worden omdat het binnen tochtte.”

Of ze tips hebben voor iemand die een hoeve wil aankopen om te restaureren? “De charme van zo’n woning is natuurlijk niet te evenaren. Maar wie eraan begint, verzekert zich er best van dat het gebouw nog in degelijke staat is zonder al te veel aantasting van vocht. Anders kan het kostenplaatje wel eens erg hoog oplopen. Bovendien vraagt ook de grond aan zo’n historische hoeve erg veel tijd in onderhoud. Dat mag je zeker niet onderschatten.”

Om er comfortabel in te kunnen wonen, kan je natuurlijk niet alles exact behouden zoals het is. Maar we zijn erg blij dat we de geest van de woning hebben kunnen bewaren.

Natuurlijk kan je niet alles behouden zoals het is als je een eeuwenoude woning ook bewoonbaar wil houden. Toch zijn Etienne en Maria erg blij dat ze de geest van de hoeve hebben kunnen bewaren. Zeker als je ziet hoeveel historische gebouwen onder andere in Gent en Antwerpen spijtig genoeg tegen de grond zijn gegaan en hoeveel mensen nu samentroepen in Brugge om de weinige mooie, oude gebouwen die ons nog resten te kunnen bewonderen. “Het enige waar we spijt van hebben, is dat de som te hoog was om niet alleen de hoeve maar ook de twee verkavelde stukken bouwgrond vooraan aan te kopen. Dan hadden we die nooit bebouwd.”

De zijgevel is bovenaan afgewerkt met rotspleister of ‘beraping’, een historische gevelafwerking die vroeger courant was. Zo’n sierpleister met reliëfstructuur werd in de romantiek van eind 19de, begin 20ste eeuw toegepast als verwijzing naar natuurlijke elementen zoals rotspartijen en boomstronken. De techniek was vaak erg arbeidsintensief, weet Etienne. Hij sprak ooit met een metser die de techniek nog had toegepast door een cementmengeling kluitje per kluitje met rieten stokjes tegen de muur aan te brengen. Bovendien is rotspleister moeilijk te onderhouden. De kleur verandert en wanneer een stukje afbrokkelt, is het praktisch onmogelijk om dezelfde kleur en structuur terug te benaderen.

 

Hoeve en rest van brouwerij - Driesstraat 152 Zele - Onroerend Erfgoed Verbeeck Mieke
Witte voorgevel met hoge vensters met tralies en hardstenen omlijsting.
Tussendorpel met bouwjaar 1815
Bouwjaar op de dorpel tussen de voordeur en het getralied bovenlicht.
De ruimtes achteraan werden opengemaakt voor de keuken.
Authentiek 18de eeuws dakspant
Authentiek 18de eeuws dakspant van de hoeve.

Groene vingers

We trekken de tuin in, waar Etienne elke dag uren doorbrengt. Honderduit vertellend deelt hij zijn immense kennis over de vele fruitsoorten, met naam en toenaam en hun belangrijkste eigenschappen. In de hoogstamboomgaard staan een prachtige kerselaar, appel- en perenbomen, waaronder verschillende geënte exemplaren. Op een enkele onderstam Jacques Lebel staan wel acht verschillende andere appelsoorten! Bij jonge enten zien we nog goed hoe ze op de onderstam zijn gegroeid, anderen zijn al zo fors dat je bijna niet kan geloven dat het ooit enten zijn geweest. We lopen verder langs de bessenstruiken, een rij jonge knotwilgen waarvan de twijgen goed van pas komen voor de tuinbouw, een hakhoutstoof en de indrukwekkende moestuin met serre.

Witte stammen

Het onderste deel van de stammen in de boomgaard zijn wit gekalkt. “Toen ik als jonge knaap wilde weten waarom dit werd gedaan, moest ik het doen met een erg kort antwoord: dat is tegen het venijn. Maar de echte reden is tweeledig. Na een strenge winter bestaat het gevaar dat de stam zou splijten, omdat de zonnekant veel sneller opwarmt dan de andere kant die langer bevroren blijft. Zo’n temperatuurverschil zorgt ervoor dat de boom barst. Bij gewitte stammen weerkaatst de warmte en wordt dat verschil niet zo groot. Daarnaast is het inderdaad zo dat de kalk hielp om beestjes kwijt te raken die tijdens de winter tussen de schors waren gekropen. Dit is dus een biologisch middel.”

De kwieke tachtiger beschikt over een enorme portie energie. Alles is netjes onderhouden en de boomgaard en moestuin brengen nog heel goed op. “Het is in feite een fulltime job maar ik heb het altijd graag gedaan.” Al vijftien jaar geeft Etienne lezingen voor Velt. Zijn ervaring met biologisch tuinieren en zijn weergaloze passie zijn aanstekelijk. Terwijl een schattige rosse kat ons volgt en af en toe de aandacht van zijn baasje opeist, verkennen we de tuin verder.

Tegen de voor- en zijgevel van de hoeve bewonderen we het leifruit, waaronder enkele oude rassen. “Een echt zuidgerichte gevel heb ik niet. En er kruipt veel werk in om de ganse zomer takken af te nijpen en ze in te binden. Maar het fruit dat hier groeit, is fantastisch lekker. De vruchten profiteren van de weerkaatste warmte tegen de muur en ze hangen hier beter beschermd tegen weer en wind.”

 

Bomen enten
Jonge enten.
Hoogstamboomgaard Etienne Raemdonck Zele
Hoogstam boomgaad.
Oude schuur met rijpend fruit.

Tegen het oudste gedeelte van de schuur staat een grote voorraad fruit te rijpen. “Enkele soorten zijn pas rijp in januari. Dus we kunnen zeker nog even voort.” Wanneer we de schuur binnengaan, valt vooral het dakgebinte op. Kromme, houten mastodonten vormen samen toch een recht dak. Ook hier zien we enkele lange, kleurrijke ladders. Een fruitplukker kan blijkbaar nooit genoeg ladders hebben om de heerlijke oogst van hoogstam fruitbomen binnen te halen.

Iets verder, tegen het vernieuwde stuk schuur, vinden we nog een unicum. Een antieke soort pruimelaar Myrobalan (de eerste melding van de soort dateert van 1594 volgens het Nederlands soortenregister) wordt ondersteund door houten balken. “De boom is intussen al vijfenveertig jaar oud, maar het is eigenlijk een gelukkig toeval dat hij hier staat. Toen we hier fruitkisten aan het opruimen waren, had ik het opschietende boompje bijna uitgetrokken. Het was mijn oudste zoon die me tegenhield om het te laten staan. Als aandenken. Pas achteraf wisten we dat het om zo’n oud pruimenras ging. Op een zeker moment kwamen er bloesems op en vruchten en sinds dan hebben we elk jaar een mooie hoeveelheid heerlijke pruimen. Dit oude pruimenras draagt al vrucht in juli, dat is vroeger dan andere rassen. We moesten enkele grote takken afzagen om een doorgang te voorzien voor de machines om de vervallen schuur te herbouwen.”

 

Op de terugweg naar het huis stoppen we nog even aan een Mariagrotje. Elke dag brandt hier een kaarsje. Als afsluiter proeven we een erg smaakvol glaasje zelfgemaakt sap van aardbeien, druiven, appel, kiwi en een zakje Japanse wijnbessen. “Tachtig procent van de opbrengst van de boomgaard geven we weg. Voornamelijk aan de Voedselbank. Het is veel meer dan we zelf op kunnen. En zelf komen we niets tekort, dus willen we er zeker ook niets voor vragen.”

Met een warm gevoel vertrekken we uit Zele. Niet alleen de hoeve waarin ze wonen blijkt uniek te zijn, ook de mensen die er wonen en hun eeuwige bedrijvigheid in de tuin maken een mooi verhaal.

 

Antieke pruimensoort Myrobalan
Antieke pruimensoort Myrobalan.
Mariagrotje
Mariagrotje.