Fort Rozenbroek rustpunt in de natuur

LEVEN IN ERFGOED. Batterij 3

Schietgaten Fort Rozenbroek Dendermonde (c) Beeldbank Onroerend Erfgoed Duchêne Helena
Foto: Beeldbank Onroerend Erfgoed - Duchêne, Helena

Een knusse thuis met schietgaten

We kennen allemaal het gevoel. Je loopt tijdens een bezoek aan een historische woning door de verschillende vertrekken. Je gedachten dwalen af en je begint wat te dromen van het leven hier. In zo’n prachtig pand wil ik ook wel wonen, weerklinkt het door je hoofd. Dit was ook het geval bij Véronique en Dries toen ze in 2008 een historische site bezochten die te koop stond… Maar wat zo straf is aan hun verhaal: het ging niet om een eeuwenoude hoeve of een statige herenwoning. Zij lieten hun oog vallen op een versterkt fort. Al twaalf jaar herstellen ze dit architecturaal en landschappelijk monument in ere. Ze maakten er een knusse thuis van en geven tegelijk een stukje erfgoed terug aan Dendermondenaars. Welkom in Fort Rozenbroek.

Toen ze uitkeken naar een project voor een ‘speciale woning’, stootten Véronique De Moor en Dries Romanus op Batterij 3 in Dendermonde. De sergeantenwoning aan de ingang van de site bood zich aan als unieke locatie om in te trekken met het gezin. De familie Romanus nam contact op met een erfgoedconsulent en stoomde zich klaar voor wat ongetwijfeld het project van hun leven zou worden. Tijdens het bedenken van de eerste, summiere plannen rees snel de vraag: welke invulling zullen we geven aan het fort zelf? En plots stond hun besluit vast: niet de sergeantenwoning maar het versterkte fort zou hun nieuwe thuis worden.

Tijdens de eerste werken namen ze hun intrek in een houten woning, in Dendermonde beter gekend als de Rozenbroekchalet, die bovenop de kazemat was gebouwd. Na zeven jaar konden ze verhuizen naar hun uiteindelijke thuis. Stap voor stap namen ze niet-originele zaken weg opdat de site volledig in zijn oorspronkelijke glorie zou worden hersteld. Ze namen de ingrijpende verbouwingen volledig zelf in handen en planden telkens slechts één stap vooruit.

“De keuze om geen architect onder de arm te nemen was heel bewust. Aannemers en architecten willen namelijk steeds zelf hun handtekening zetten op een project. Maar bij zo’n gebouw moet het eigen karakter volledig primeren. Het is zonde om daar aan te komen. 

Rustpunt in de natuur

Ook de natuur rond het fort keert in alle glorie terug dankzij het duwtje in de rug dat Dries en Véronique bieden. De toegeslibde gracht werd met respect voor 

Schapen begrazen dus ecologisch onderhouden

Vogels (ijsvogel en zeldzame dodaars)

Dries en Veronique zijn trots op hun fort en willen dat ook delen met wandelaars en fietsers. “Niet het hele domein is toegankelijk, wel een deeltje zodat de mensen kunnen genieten van het groen en het water. We plaatsten een bankje waar even verpoosd kan worden.

“Het publiek zal altijd toegang hebben tot het terrein”, zegt De Moor. “We vinden het belangrijk dat we dit uniek erfgoed niet voor ons alleen houden. Geïnteresseerden zullen dus via een afzonderlijk poortje de site op kunnen om er even te verpozen. Zo kan iedereen genieten van een groen rustpunt.”

Fort Rozenbroek rustpunt in de natuur
Foto: Facebookpagina Fort Rozenbroek - toestemming nog vragen

Tekst over de renovatie en hoe Dries en Véronique alles persoonlijk ervaarden, geaseerd op interview. Lorem ipsum dolor sit amet, te porro paulo sensibus pri, eu eam salutandi eloquentiam, aeque recusabo has ei. Et est eirmod graecis intellegat. Sed ornatus hendrerit democritum ex. Graeco cetero qui cu, sint debitis voluptaria an usu.

Nonumy soleat doctus te ius. Sea ne summo postea utroque, dico modus molestie ius ea. Tale tritani aliquando mea ne, eum quidam torquatos liberavisse id. Qui dolore perpetua ne, quas officiis inimicus nam id. Id option aperiri minimum vel. Mel perpetua corrumpit ea, mei ut vitae nemore perpetua, saepe repudiare sit ei. An duis vivendo his, ne hinc choro ius. Vix dissentias honestatis no, vim probo assueverit te. Ex affert invidunt moderatius duo, ut sint simul mollis pri. Nam nihil gubergren in. Et persius omittantur sit, in sale assueverit complectitur vim.

Sea choro semper cu. Facilis omittam qui in. Ut ius modo magna deleniti, at pro movet recteque. An eum diam lucilius. Aperiam numquam feugiat vel no, ius ex saepe dignissim euripidis. Eum ne falli sonet nobis, in platonem appellantur eum. Ea cum duis urbanitas neglegentur, quaeque habemus id sit, cu mediocrem reprimique his. Duo nisl phaedrum laboramus an, ei vix viris quando, cum no dicta tantas. Pertinacia mnesarchum disputationi sit te, has ei prima simul dolor. Novum persius dissentiet vis ne, habeo iusto eu eam, wisi iudico utinam ad nam. Dissentias persequeris et qui, utinam libris putent eu eam.

Grondplan van Batterij 3, 1879, steendruk, Brussel, Koninklijk Legermuseum, archief, dossier Dendermonde (époque belge), B 34, Hidoc, DF.2011.897(2)

Militair erfgoed

Een batterij is een versterkte schans van waarop meerdere vuurmonden naar eenzelfde doel konden vuren. Batterij 3 is omgeven door een halvemaanvormige gracht met centrale brug naar het hoofdgebouw. De bakstenen kazemat is bedekt door een dikke laag aarde en wordt hierdoor aan het zicht onttrokken zodat het geheel volledig opgaat in het omliggende landschap.

De oorspronkelijke opbouw en indeling zijn nog steeds aanwezig. Buiten de gracht vinden we ook ook een sergeantenwoning tegenover de kazemat. Enkel de vroegere ophaalbrug werd vervangen door een vaste constructie en het poortgebouw verdween.

Fort_Rozenbroek_Vandevorst, Kris
Foto: Beeldbank Onroerend Erfgoed - Vandevorst, Kris

Tekst over de renovatie en hoe Dries en Véronique alles persoonlijk ervaarden, geaseerd op interview. Lorem ipsum dolor sit amet, te porro paulo sensibus pri, eu eam salutandi eloquentiam, aeque recusabo has ei. Et est eirmod graecis intellegat. Sed ornatus hendrerit democritum ex. Graeco cetero qui cu, sint debitis voluptaria an usu.

Nonumy soleat doctus te ius. Sea ne summo postea utroque, dico modus molestie ius ea. Tale tritani aliquando mea ne, eum quidam torquatos liberavisse id. Qui dolore perpetua ne, quas officiis inimicus nam id. Id option aperiri minimum vel. Mel perpetua corrumpit ea, mei ut vitae nemore perpetua, saepe repudiare sit ei. An duis vivendo his, ne hinc choro ius. Vix dissentias honestatis no, vim probo assueverit te. Ex affert invidunt moderatius duo, ut sint simul mollis pri. Nam nihil gubergren in. Et persius omittantur sit, in sale assueverit complectitur vim.

Sea choro semper cu. Facilis omittam qui in. Ut ius modo magna deleniti, at pro movet recteque. An eum diam lucilius. Aperiam numquam feugiat vel no, ius ex saepe dignissim euripidis. Eum ne falli sonet nobis, in platonem appellantur eum. Ea cum duis urbanitas neglegentur, quaeque habemus id sit, cu mediocrem reprimique his. Duo nisl phaedrum laboramus an, ei vix viris quando, cum no dicta tantas. Pertinacia mnesarchum disputationi sit te, has ei prima simul dolor. Novum persius dissentiet vis ne, habeo iusto eu eam, wisi iudico utinam ad nam. Dissentias persequeris et qui, utinam libris putent eu eam.

Fort Rozenbroek met chalet dancing
Foto: Beeldbank Onroerend Erfgoed - Duchêne, Helena

Volks verleden van dansen en zwemmen

Fort Rozenbroek heeft niet alleen een verleden als militair gebouw. Bij velen roept het fort ook herinneringen op aan zomerse dagen waarop buurtbewoners verfrissing zochten in het water van de slotgracht.

Bovendien heeft de houten chalet die bovenop het fort werd gebouwd, een tijd dienst gedaan als dancing dus hier zullen ongetwijfeld heel wat biertjes soldaat zijn gemaakt. De chalet werd door de huidige eigenaars terug afgebroken om het erfgoed te herstellen in de oorspronkelijke toestand.

Beschermd monument

In 2003 werd Batterij 3 aangeduid als ‘Beschermd monument’.

 

Tip

Wie vragen heeft bij de verschillende types klasseringen voor gebouwen met een erfgoedwaarde, kan rustig alles nalezen op onze pagina ‘Beschermd en geïnventariseerd erfgoed’.

Recapture the Fortress Cities

Tijdens Open Monumentendag dit jaar promootte onze IOED samen met Stad Dendermonde enkele activiteiten onder de noemer ‘De vestigingen herontdekt’. De stad Dendermonde stapt in een Europees project “Recapture the Fortress Cities” getrokken door vier regionale landschappen. Dit project wil de (soms vergeten) vestingen rond steden gebruiken om toekomstige uitdagingen op het vlak van groen, klimaat en ruimte het hoofd te bieden.

Naar aanleiding van dit project zette Dendermonde tijdens Open Monumentendag op 13 september het militaire erfgoed in de kijker. Er waren gegidste rondleidingen en je kon ook zelf op stap met wandel- en fietskaarten. Kunnen we die kaarten nog digitaal aanbieden zodat mensen zelf nog op stap kunnen of fietsen langs de vestingen??

‘De vestingen en batterijen van Dendermonde' met fietskaart
Hoeve en rest van brouwerij - Driesstraat 152 Zele - Onroerend Erfgoed Verbeeck Mieke

LEVEN IN ERFGOED. Hoeve uit de 18de eeuw

Hoeve Driesstraat Zele

Het fruitwalhalla van de familie Raemdonck

Dit najaar gaan we op pad langs enkele historische pareltjes in ons werkingsgebied. We leggen ons oor te luister bij de bewoners die als geen ander de oude ziel kennen van hun huis, een thuis die ze delen met vele anderen vóór hen. Starten doen we in Zele. We gaan op bezoek bij Etienne Raemdonck en Maria Van Driessche in de Driesstraat. Op een tussendorpel aan de voordeur van de oude hoeve, die wat verscholen ligt en dus nauwelijks opvalt vanop straat, prijkt het bouwjaar 1815.

Wanneer we de hoeve te voet naderen via de weelderig groene oprit, valt het geluid van de drukke straat snel achter ons weg en maakt het plaats voor de zang van een eenzame vogel in de struiken. De rust daalt neer en we voelen meteen een perfect sfeertje opkomen om ons voor heel even terug in de tijd te laten katapulteren. Bij het binnenkomen nemen we plaats in de knusse woonkamer van de hoeve waar Etienne ons kort bijpraat over het gebouw en de grond eromheen.

“Mijn grootmoeder kende deze hoeve als een van de grootste boerderijen van de Driesstraat. Het huis van onze buren vormde toen nog een geheel met onze woning, hoewel je dat nu niet meer ziet vanwege een renovatie waarbij het oorspronkelijke uitzicht verloren ging. Er lag een grote wal voor het huis waar nu struiken en coniferen staan. Vlak voor ons was de hoeve in handen van Emiel Baeyen, een kleine zelfstandige die vanalles en nog wat verkocht vanop zijn kleine karretje. Onder meer ook zelfgekweekte groenten en fruit. Hij had een boomgaard voor de hoeve op de twee stukken grond die nu verkaveld zijn. Achteraan kweekte hij groenten. Wat een werk moet het niet zijn geweest om zo’n grote lap grond met de hand om te spitten! Gelukkig brachten groenten toen nog een flinke duit op.”

“Toen wij de hoeve kochten in 1969, kwam de grond perfect van pas voor mij als zelfstandige groenten- en fruitkweker. Ik was mijn vader zaliger namelijk opgevolgd nadat ik al op mijn veertiende bij hem was gestart als fruitplukker. Mijn winkelronde was vrij uitgebreid en ik verkocht ook op de markt. Maar het is een harde stiel en in die tijd maakten de sociale omstandigheden het moeilijk om te overleven als zelfstandige. Om wat meer zekerheid te hebben, nam ik in 1973 deel aan de examens van de provincie en kon ik aan de slag als tuinier in Provinciaal Domein Puyenbroeck in Wachtebeke. Mijn vrouw kon ook aan het werk in het zwembad en zo hebben we daar beiden jarenlang graag gewerkt.”

Gemetste waterput
De gemetste waterput voor de hoeve gaf ontzettend goed water.

Brouwerij Van Driessche

Volgens historisch kaartmateriaal zou de grotere hoevesite die hier was gevestigd minstens opklimmen tot het derde kwart van de 18de eeuw. In 1812 startte familie Van Driessche hier een brouwerij. De huidige woning uit 1815 werd opgetrokken door brouwer Pieter-Jan Van Driessche. In 1880 deed de brouwerij de boeken toe en het gebouw kreeg terug een boerderijfunctie.

“Dat hier ooit een brouwerij zou geweest zijn, heeft slechts weinig sporen nagelaten. Wel is er een gemetste waterput die misschien ooit voor dergelijke doeleinden werd gebruikt. Maar dat is slechts giswerk. In elk geval levert de put erg goed, zuiver water dat mij zeer goed van pas is gekomen,” lacht Etienne.

“Wat misschien wel een duidelijker spoor kan zijn dat hier bier werd gebotteld, is de overdaad aan glasscherven die ik in de grond voor het huis vond toen ik een sleuf moest graven om een waterfilter te laten installeren. Bovendien heb ik op de zolder van de oude schuur een antiek uithangbord gevonden van een herberg ‘In het Vosken’. Maar uiteindelijk kan dat bord evengoed opgehangen hebben in de Driesstraat als in de Stokstraat.”

Het leven in de hoeve

Toen ze hier kwamen wonen, kon het gezin Raemdonck niet rekenen op erg veel comfort in de hoeve. Er was geen stromend water, geen gasaansluiting of telefonie. Doorheen de jaren hebben ze stap voor stap de woning aangepast aan de hedendaagse normen. Alles van in het begin grondig aanpakken, zou een te grote investering zijn geweest meteen na de aankoop. De eerste jaren sliepen de kinderen beneden in de berging voordat Etienne en zijn broer de zolder inrichtten. Toen ze aan hun studies begonnen, moesten de kinderen zich boven verwarmen met een elektrisch vuurtje want centrale verwarming was er niet boven. “We herinneren ons nog goed dat naast de keuken een grote pompsteen stond waar we ons die eerste jaren aan wasten. Via een gat in de buitenmuur liep het water naar buiten.” “Ik zie nog zo voor me dat we ook de lange haren van onze dochter hier moesten wassen,” vult Maria aan.

De veranderingen die ze aan de historische hoeve hebben uitgevoerd, waren vooral aan de binnenkant van de woning. Achteraan op de benedenverdieping werden twee aparte plaatsen samengevoegd en de zoldertrap werd weggenomen aangezien er nog een tweede trap was. “Het eerste stuk van de schuur hebben we vier jaar geleden opnieuw opgebouwd nadat het was ingestort. Het dakgebinte raakte eind de jaren ’70 al beschadigd tijdens een storm en de stal begon over te hellen. Voor dergelijke verbouwingen moesten we natuurlijk een vergunning aanvragen en zorgen dat het heropgebouwde gedeelte zoveel mogelijk benaderde hoe het er ooit had uitgezien.”

De witgeschilderde voorgevel heeft grote, rechthoekige ramen met tralies, ook wel ‘dievenijzers’ genoemd. “De voorgevel was oorspronkelijk erg mooi gemetst met kleine kalksteentjes en er hingen vensterluiken. Omdat dat destijds in de mode was, hebben we beslist om de gevel te laten schilderen met weerbestendige latexverf. Daar kregen we achteraf spijt van. Maar toen we een aantal jaren later iemand lieten langskomen om de verf terug te verwijderen, bleek dat geen goed idee te zijn. De stenen zouden poreus worden dus dan riskeerden we vochtproblemen. Nu moeten we om de twee à drie jaar de gevel een nieuw likje verf geven. Het dakraam boven de deur is wel nog zoals het was, mits enkele herstellingen omdat het binnen regende toen we hier kwamen wonen. Dat puntvormig dakvenster met klein fronton was voorheen een laadluik. Ook de oorspronkelijke voordeur in massieve eik moest vervangen worden omdat het binnen tochtte.”

Of ze tips hebben voor iemand die een hoeve wil aankopen om te restaureren? “De charme van zo’n woning is natuurlijk niet te evenaren. Maar wie eraan begint, verzekert zich er best van dat het gebouw nog in degelijke staat is zonder al te veel aantasting van vocht. Anders kan het kostenplaatje wel eens erg hoog oplopen. Bovendien vraagt ook de grond aan zo’n historische hoeve erg veel tijd in onderhoud. Dat mag je zeker niet onderschatten.”

Om er comfortabel in te kunnen wonen, kan je natuurlijk niet alles exact behouden zoals het is. Maar we zijn erg blij dat we de geest van de woning hebben kunnen bewaren.

Natuurlijk kan je niet alles behouden zoals het is als je een eeuwenoude woning ook bewoonbaar wil houden. Toch zijn Etienne en Maria erg blij dat ze de geest van de hoeve hebben kunnen bewaren. Zeker als je ziet hoeveel historische gebouwen onder andere in Gent en Antwerpen spijtig genoeg tegen de grond zijn gegaan en hoeveel mensen nu samentroepen in Brugge om de weinige mooie, oude gebouwen die ons nog resten te kunnen bewonderen. “Het enige waar we spijt van hebben, is dat de som te hoog was om niet alleen de hoeve maar ook de twee verkavelde stukken bouwgrond vooraan aan te kopen. Dan hadden we die nooit bebouwd.”

De zijgevel is bovenaan afgewerkt met rotspleister of ‘beraping’, een historische gevelafwerking die vroeger courant was. Zo’n sierpleister met reliëfstructuur werd in de romantiek van eind 19de, begin 20ste eeuw toegepast als verwijzing naar natuurlijke elementen zoals rotspartijen en boomstronken. De techniek was erg arbeidsintensief, weet Etienne. De cementmengeling werd kluitje per kluitje met rieten stokjes tegen de muur aangebracht. Bovendien is rotspleister moeilijk te onderhouden. De kleur verandert en wanneer en stukje afbrokkelt, is het praktisch onmogelijk om dezelfde kleur en structuur (vanwege het aanbrengen met die rieten stokjes) terug te benaderen.

 

Hoeve en rest van brouwerij - Driesstraat 152 Zele - Onroerend Erfgoed Verbeeck Mieke
Witte voorgevel met hoge vensters met tralies en hardstenen omlijsting.
Bouwjaar op de dorpel tussen de voordeur en het getralied bovenlicht.
De ruimtes achteraan werden opengemaakt voor de keuken.
Authentiek 18de eeuws dakspant
Authentiek 18de eeuws dakspant

Groene vingers

We trekken de tuin in, waar Etienne elke dag uren doorbrengt. Honderduit vertellend deelt hij zijn immense kennis over de vele fruitsoorten, met naam en toenaam en hun belangrijkste eigenschappen. In de hoogstamboomgaard staan een prachtige kerselaar, appel- en perenbomen, waaronder verschillende geënte exemplaren. Op een enkele onderstam Jacques Lebel staan wel acht verschillende andere appelsoorten! Bij jonge enten zien we nog goed hoe ze op de onderstam zijn gegroeid, anderen zijn al zo fors dat je bijna niet kan geloven dat het ooit enten zijn geweest. We lopen verder langs de bessenstruiken, een rij jonge knotwilgen waarvan de twijgen goed van pas komen voor de tuinbouw, een hakhoutstoof en de indrukwekkende moestuin met serre.

Witte stammen

Het onderste deel van de stammen in de boomgaard zijn wit gekalkt. “Toen ik als jonge knaap wilde weten waarom dit werd gedaan, moest ik het doen met een erg kort antwoord: dat is tegen het venijn. Maar de echte reden is tweeledig. Na een strenge winter bestaat het gevaar dat de stam zou splijten, omdat de zonnekant veel sneller opwarmt dan de andere kant die langer bevroren blijft. Zo’n temperatuurverschil zorgt ervoor dat de boom barst. Bij gewitte stammen weerkaatst de warmte en wordt dat verschil niet zo groot. Daarnaast is het inderdaad zo dat de kalk hielp om beestjes kwijt te raken die tijdens de winter tussen de schors waren gekropen. Dit is dus een biologisch middel.

De kwieke tachtiger beschikt over een enorme portie energie. Alles is netjes onderhouden en de boomgaard en moestuin brengen nog heel goed op. “Het is in feite een fulltime job maar ik heb het altijd graag gedaan.” Al vijftien jaar geeft Etienne lezingen voor Velt. Zijn ervaring met biologisch tuinieren en zijn weergaloze passie zijn aanstekelijk. Terwijl een schattige rosse kat ons volgt en af en toe de aandacht van zijn baasje opeist, verkennen we de tuin verder.

Tegen de voor- en zijgevel van de hoeve bewonderen we het leifruit, waaronder enkele oude rassen. “Een echt zuidgerichte gevel heb ik niet. En er kruipt veel werk in om de ganse zomer takken af te nijpen en ze in te binden. Maar het fruit dat hier groeit, is fantastisch lekker. De vruchten profiteren van de weerkaatste warmte tegen de muur en ze hangen hier beter beschermd tegen weer en wind.”

 

Bomen enten
Jonge enten.
Hoogstamboomgaard Etienne Raemdonck Zele
Hoogstam boomgaad.
Oude schuur met rijpend fruit.

Tegen het oudste gedeelte van de schuur staat een grote voorraad fruit te rijpen. “Enkele soorten zijn pas rijp in januari. Dus we kunnen zeker nog even voort.” Wanneer we de schuur binnengaan, valt vooral het dakgebinte op. Kromme, houten mastodonten vormen samen toch een recht dak. Ook hier zien we enkele lange, kleurrijke ladders. Een fruitplukker kan blijkbaar nooit genoeg ladders hebben om de heerlijke oogst van hoogstam fruitbomen binnen te halen.

Iets verder, tegen het vernieuwde stuk schuur, vinden we nog een unicum. Een antieke soort pruimelaar Myrobalan wordt ondersteund door houten balken. “De boom is intussen al vijfenveertig jaar oud, maar het is eigenlijk een gelukkig toeval dat hij hier staat. Toen we hier fruitkisten aan het opruimen waren, had ik het opschietende boompje bijna uitgetrokken. Het was mijn oudste zoon die me tegenhield om het te laten staan. Als aandenken. Pas achteraf wisten we dat het om zo’n oud pruimenras ging. Op een zeker moment kwamen er bloesems op en vruchten en sinds dan hebben we elk jaar een mooie hoeveelheid heerlijke pruimen. Dit oude pruimenras draagt al vrucht in juli, dat is vroeger dan andere rassen. We moesten enkele grote takken afzagen om een doorgang te voorzien voor de machines om de vervallen schuur te herbouwen.”

 

Op de terugweg naar het huis stoppen we nog even aan een Mariagrotje. Elke dag brandt hier een kaarsje. Als afsluiter proeven we een erg smaakvol glaasje zelfgemaakt sap van aardbeien, druiven, appel, kiwi en een zakje Japanse wijnbessen. “Tachtig procent van de opbrengst van de boomgaard geven we weg. Voornamelijk aan de Voedselbank. Het is veel meer dan we zelf op kunnen. En zelf komen we niets tekort, dus willen we er zeker ook niets voor vragen.”

Met een warm gevoel vertrekken we uit Zele. Niet alleen de hoeve waarin ze wonen blijkt uniek te zijn, ook de mensen die er wonen en hun eeuwige bedrijvigheid in de tuin maken een mooi verhaal.

 

Antieke pruimensoort Myrobalan
Antieke pruimensoort Myrobalan.
Mariagrotje
Mariagrotje.
Houtzoekers

Knotter aan het woord

Lorem ipsum dolor sit amet, consectetur adipiscing elit. Ut interdum, sem a posuere consectetur, erat ligula eleifend orci, id pellentesque quam lorem nec nunc. Phasellus vulputate mauris eu nisi faucibus blandit. Cras fringilla sapien eu dui porttitor, eget sodales lacus porta. Cras et fringilla neque. Pellentesque vitae pellentesque turpis. Etiam semper erat ac vehicula lacinia. Ut vulputate dui eget neque elementum egestas. Praesent mollis porta nulla nec rutrum. Nulla a faucibus metus, tempor tristique ex.

Orci varius natoque penatibus et magnis dis parturient montes, nascetur ridiculus mus. Nullam sit amet elementum velit. Aliquam suscipit semper quam id dapibus. Mauris lacinia, massa non laoreet pellentesque, nisl libero hendrerit felis, in interdum leo dui at risus. Fusce quis ligula at nisi consequat pharetra sed eget elit. Pellentesque vehicula tempor efficitur. Proin feugiat felis in massa rhoncus, et varius ipsum faucibus. In pharetra magna leo, ac malesuada arcu dapibus accumsan. Nullam vel erat nec justo sollicitudin dapibus sit amet sed nisl.

Houtzoekers
Knotbomen

Tussentitel

Sed fermentum odio ac dictum mollis. Nullam egestas iaculis vehicula. Pellentesque consequat, ex eget commodo auctor, magna felis finibus justo, at consequat massa sem nec nibh. Nulla facilisi. Pellentesque nec cursus risus. Curabitur elit quam, elementum ac convallis sit amet, euismod in nunc. Aenean tincidunt massa interdum dignissim mollis. Sed sit amet iaculis arcu. Proin nibh urna, viverra eget tortor eu, semper cursus est. Aliquam sodales tincidunt sapien, quis maximus lacus consequat vel. Integer tincidunt lobortis neque vel laoreet.

Plataan hoeve Kalken (c) Onroerend Erfgoed Van der Linden Geert

LEVEN IN ERFGOED. Oude hoeve bij een vroegere maalderij in Kalken

Laarne

Deze hoeve ademt geschiedenis

Aan de rand van de Kalkense Meersen en verbonden met de Schelde door de Kalkenvaart, vinden we enkele bebouwde straten die het centrum van Kalken vormen. In een van die oudste straten rond de kerk, de Vaartstraat, vinden we de historische hoeve van Luc Janssens. De dorpskern van Kalken getuigt van een bruisende economische activiteit in het verleden. De welvaart die dat met zich meebracht, is nu nog zichtbaar aan de verschillende 18de eeuwse herenhuizen. Tot 1958 konden schepen Kalken namelijk bereiken via de Kalkenvaart, die eindigde op het Vaartplein en waar een zwaaikom was gegraven zodat schepen er konden keren. Tot aan de eerste wereldoorlog vormde het haventje in Kalken een klein handelscentrum in de streek. Ook op de hoeve van Luc heerste in die tijd heel wat bedrijvigheid.

Luc Janssens uit Kalken: oude 19de eeuwse hoeve bij een vroegere maalderij (die volledig staat te vervallen), de hoeve is relatief ok gerestaureerd. Hij heeft de zotste ontdekkingen gedaan bij de renovatie. Zo had de grootmoeder die er ooit woonde een catalogus van gemechaniseerde maalmachines als isolatiemateriaal rond haar bed (dat gedrapeerd was met stof langs alles kanten) gebruikt. Dankzij die vondst kon hij achterhalen welke maalmachine er nu nog (voor zo ver je het nog bewaren kunt noemen) bewaard is in die maalderij. Het zotte is ook die plataan aan de voorzijde van de tuin en de gele kornoelje. Oude bomen, maar de plataan zorgt vaak voor miserie op de baan (een lijnbus reed er eens tegen en was zijn dak kwijt) al dat hij wel altijd de moeite neemt de dure kost te doen om de boom te laten snoeien. Het zotte is vooral dat hij nog weet hoe de die tuin er vroeger min of meer (prieel, fruitbomen etc) uitzag, dat is vrij uniek want zulke zaken worden nooit beschreven of bijgehouden. Naast de hoeve stond trouwens ooit een kapelletje waarvan je, als je goed kijkt in dat wegeltje, de fundamenten nog terugvindt (maar niemand weet dat nog, ik woonde 200m verder en ik wist het niet tot hij het me toonde).

Aan de straatzijde van de voortuin van het voormalige molenaarshuis staat een enorme plataan. Bij de inventarisatie had de stam een omtrek van 505 cm op een hoogte van 150 cm boven het maaiveld.

Enorme oude plataan Kalken

Beschrijving

Hoeve met voormalig molenaarshuis, puin van de voormalige maalderij Dauwe en rest van een rosmolen. De bijhorende korenwindmolen op een nabij gelegen achterin liggend perceel staande, verdween omstreeks 1930.

Volgens het kadasterarchief was het molenaarshof met rosmolen evenals de windmolen in 1835 bezit van molenaar Livinus De Smet die in 1867 het oude huis liet vervangen door een nieuwe woning en in 1876 een maalderijgebouw liet optrekken achter de bestaande schuur (links opzij). In 1884 bezit geworden van nijveraar I. Dauwe uit Kalken die de rosmolen omvormde tot landgebouw en in 1898 geregistreerde plaatsing van stoommachine.

Hoeve met losstaande bestanddelen aan ruim voorerf afgesloten door een haag. Imposante plataan ingeplant rechts aan de straat.

Ten noorden, achterin liggend boerenhuis, voormalig molenaarshuis, van zes traveeën en één bouwlaag onder pannen zadeldak, opgericht in 1867. Breed dubbelhuis in baksteenbouw op geschilderde gepleisterde plint. Zuidelijk gerichte voorgevel begrensd door geblokte, gepleisterde hoeklisenen. Aflijnende gepleisterde daklijst met houten kroonlijst boven geprofileerd architraaflijstje. Getoogde vensters in gepleisterde omlijsting op hardstenen dorpel; bewaarde luikduimen en nieuw T-vormig schrijnwerk. Getoogde deur in geprofileerde hardstenen omlijsting op neuten en voorzien van oren. Fraaie houten paneeldeur met bovenlicht. Overeenkomstige eenvoudig afgewerkte achtergevel met gelijkaardige vensters en vlak omlijste deur onder luifel van glas en ijzer op decoratieve schoren.

Interieur. Centrale gang met zwart en witmarmeren vloer met centraal motief en tochtdeur met geëtst glas.

Ten westen, haaks op de straat ingeplante dwarsschuur, door middel van cijferankers 1851 gedateerd op de linker zijpuntgevel. Verankerde bakstenen constructie onder pannen zadeldak. Erfgevel met centrale gevelhoge poort, lagere poort en staldeuren rechts en links ervan. Linker zijpuntgevel met rondboogvormig zolderluik.

Puin van achthoekige rosmolen, gelegen op het voorerf, al opgetekend in het primitief kadaster van 1834. Enkel het opgaand bakstenen metselwerk met muurplaat is behouden.

Achter de dwarsschuur, puin van een maalderijgebouw, volgens gegevens van het kadasterarchief opgericht door L. De Smet in 1876. In 1898 werd door de familie Dauwe een stoommachine geplaatst en in het achterste deel van het bedrijfsgebouw een mechanische maalderij ingericht.

DUQUET F., “Zo was Kalken”, Schellebele, 1982, p. 303.
Inventaris van de wind- en watermolens in de provincie Oostvlaanderen, eerste aflevering, de arrondissementen Aalst en Dendermonde, in Kultureel Jaarboek voor de provincie Oostvlaanderen, 1960, derde band, Gent, 1962, p. 136.
TIBBAUT J. – VAN DE SOMPEL A., Enige gegevens over nijverheidsgebouwen en hun bezitters te Kalken in 1860, in Castellum, XI, 3-4, 1994, p. 8-9.

Bron : Inventaris van het bouwkundig erfgoed, Provincie Oost-Vlaanderen, Gemeenten: Berlare, Buggenhout, Lebbeke, Waasmunster, Hamme en Zele,Bouwen door de eeuwen heen in Vlaanderen 20N, (onuitgegeven werkdocumenten).
Auteurs : Verbeeck, Mieke
Datum : 2002

Maalderij Dauwe

Hoeve met voormalig molenaarshuis, puin van de voormalige maalderij Dauwe en rest van een rosmolen. De bijhorende korenwindmolen op een nabij gelegen achterin liggend perceel staande, verdween omstreeks 1930.

Rosmolen

Een rosmolen is een molen waarbij de aandrijvingkracht wordt geleverd door een paard (ros) of een ezel.

Bij oude foto met dakgebinten (geen gebruiksrechten voor):
Achtzijdige stenen rosmolen in de Vaartstraat, behorende bij een staakmolen die in 1930 werd afgebroken. Het strodak is kort na deze opname ingestort. Alleen de muren bestaan nog.

De achtzijdige bakstenen rosmolen is gelegen op het voorerf van een vroegere hoeve met molenaarshuis, in de Vaartstraat 57. De paardenmolen was al opgetekend in het primitief kadaster van 1834. Het paard liep rondom, maar het looppad is nagenoeg verdwenen. er was één steenkoppel (blauwe of Andernachse stenen). De rosmolen had twee vensters, maar één ervan is dichtgemetseld. Tot in de jaren 1990 bleef het strodak nog overeind, maar momenteel blijft enkel het opgaand bakstenen metselwerk met muurplaat behouden. De muur brokkelt aan één zijde fel af. We vrezen dan ook de verdwijning van deze rosmolen.

De bijbehorende houten korenwindmolen die op een nabije achterliggend perceel stond, verdween in 1930.

Volgens het kadasterarchief was het molenaarshof met rosmolen evenals de windmolen in 1835 bezit van molenaar Livinus De Smet. Deze liet in 1867 het oude huis vervangen door een nieuwe woning en liet in 1876 een maalderijgebouw optrekken achter de bestaande schuur (links opzij). In 1884 kwam het erf in het bezit van nijveraar I. Dauwe uit Kalken. Hij vormde de rosmolen om tot landbouw en plaatste in 1898 een stoommachine.

De rosmolen maakt deel uit van een hoeve met losstaande bestanddelen aan een ruim voorerf afgesloten door een haag. Rechts aan de straat staat een imposante plataan ingeplant. Achterin bevindt zich een boerenhuis, het voormalig molenaarshuis, van zes traveeën en één bouwlaag onder pannen zadeldak, opgericht in 1867. Ten westen, haaks op de straat, staat een dwarsschuur, die door middel van cijferankers 1851 is gedateerd op de linker zijpuntgevel.

Achter de schuur staat nog het puin van een maalderijgebouw. Volgens gegevens van het kadasterarchief richtte L. De Smet deze maalderij op in 1876. De familie Dauwe plaatste in 1898 een stoommachine en richtte in het achterste deel van het bedrijfsgebouw een mechanische maalderij in.

Lieven DENEWET & Mieke VERBEECK

Rosmolen Kalken Onroerend Erfgoed Verbeeck Mieke
Foto: Onroerend Erfgoed - Verbeeck, Mieke

Op stamgezette gele kornoelje met bonte bladeren

landschappelijk element

In de voortuin van het voormalige molenaarshuis staat een op stam gezette gele kornoelje met bonte bladeren. Alhoewel gele kornoelje vroeger regelmatig voorkwam als vruchtboom gaat het hier over een cultuurvariëteit met bonte bladeren die hier als sierelement is aangeplant. Bij de inventarisatie had de stam, op een hoogte van 90 cm, een stamomtrek van 121 cm (2016).